Historische autofabrikanten schreeuwen om verlichting. Geconfronteerd met de instortende verkoop van verbrandingsmotoren (ICE) en de meedogenloze opkomst van Chinese EV-giganten als BYD en LeapMotor, kregen ze eindelijk wat ze wilden. De Europese Unie stapt terug op haar harde standpunt. Dit is niet zomaar een kleine aanpassing. Het is een fundamentele verandering in de manier waarop het continent de transitie naar elektrische mobiliteit wil aanpakken.
Wat heeft de EU precies opgegeven voor 2035?
In 2023 was de regel eenvoudig. Na 2035 geen nieuwe benzine- of dieselauto’s meer. Het doel? Nul CO2-uitstoot van nieuwe voertuigen. Een schone pauze. Een noodzakelijke stap richting koolstofneutraliteit in 2050.
Toen kwam eind december 2025.
De Europese Commissie heeft een deal voorgesteld. Vergeet het totale verbod. In plaats daarvan moet de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in 2035 met 90% zijn gedaald. Maar hier komt het knaller. Autofabrikanten kunnen nog steeds een beperkt aantal benzine- en dieselauto’s verkopen. Zelfs hybriden. Zolang ze die uitstoot maar compenseren. Hoe? Door koolstofarm staal. Duurzame brandstoffen. Andere compenserende maatregelen.
De verbrandingsmotor is niet dood. Het is gewoon… beheerd.
Dit betekent dat ICE-voertuigen niet volledig zullen verdwijnen. Ze zullen in de marge bestaan. Er gelden strikte voorwaarden. De emissiedoelstellingen moeten worden gehaald. Compensaties zijn verplicht. Het is een compromis dat de deur op een kier houdt voor de oude technologie, terwijl je hard aandringt op de nieuwe.
Waarom kregen Europese autofabrikanten dit uitstel?
De druk vanuit Duitsland en Italië nam toe. Industriële leiders voerden aan dat de oorspronkelijke tijdlijn te agressief was. De vraag naar puur elektrische voertuigen (EV’s) bleef onzeker. De productiekosten stegen enorm. De wiskunde werkte niet voor iedereen.
Voor fabrikanten creëert deze beslissing een gespleten realiteit.
- Strategische ademruimte: Merken kunnen na 2035 efficiënte verbrandingsmotoren of plug-in hybrides blijven verkopen. Hierdoor kunnen ze investeringen in bestaande fabrieken en platforms afschrijven. Het is niet nodig om alles van de ene op de andere dag te schrappen.
- Veranderingen in de concurrentiedruk: Bedrijven als Tesla, Volvo en Polestar gingen all-in voor 100% elektrische mobiliteit. Hun visie wordt nu uitgedaagd. Voorzichtige spelers kunnen hun transitie spreiden. De race ziet er nu anders uit.
Betekent dit een heropleving van de benzineauto? Nee. De Europese auto-industrie schakelt al over op elektrisch rijden. Kijk naar registratiegegevens in Frankrijk. Bekijk de groei van emissievrije modellen. De trend is duidelijk. Deze beleidswijziging vertraagt de helling, maar keert de richting niet om.
Welke impact heeft dit op het milieu en de consument?
Vanuit milieuoogpunt voelt dit als een halve maatregel. Geen totale terugtrekking, maar niet de stoutmoedige stap die oorspronkelijk werd beloofd. De emissies van het vervoer blijven een cruciaal probleem voor het klimaat en de volksgezondheid. Elektrificatie wordt nog steeds gezien als de belangrijkste hefboom om de CO2-uitstoot gedurende de levenscyclus te verminderen.
Het toestaan van beperkte ICE-verkopen zou de acceptatie van emissievrije voertuigen kunnen vertragen. Zeker als die auto’s op fossiele brandstoffen op korte termijn goedkoper of beter bereikbaar zijn. Milieugroeperingen waarschuwen dat dit compromis de elektrificatie-inspanningen verwatert. Het geeft de voorkeur aan hybrides boven volledige elektrische voertuigen. Een stap opzij wellicht.
Om dit tegen te gaan plannen de EU-autoriteiten specifieke stimuleringsmaatregelen. Credits voor compacte elektrische auto’s. Ondersteuning voor lokale batterijproductie. Deze maatregelen zijn bedoeld om de flexibiliteit van de regelgeving in evenwicht te brengen.
Dus waar blijven we? De signalen zijn gemengd. Consumenten zijn in verwarring. Koop ik nu een EV om toekomstige CO2- en gewichtsmalusbelastingen te vermijden? Of wacht ik? Beleggers krabben zich op het hoofd. Welk paard krijgt de weddenschap voor het komende decennium? Het pad voorwaarts is minder recht dan het er nog maar een jaar geleden uitzag. En die onzekerheid? Het zal blijven hangen.




















