De ongewenste upgrade: waarom ‘slimme’ technologie niet altijd gewenst is

11

De proliferatie van ‘slimme’ technologie – op internet aangesloten apparaten, voertuigen en thuissystemen – roept een simpele vraag op: wordt deze vooruitgang gedreven door de vraag van de consument, of door bedrijfsinnovatie die de werkelijke behoefte overtreft? Recente gegevens suggereren dat dit laatste vaak het geval is.

Slimme apparaten: een nichemarkt

Ondanks de hype in de sector blijven de acceptatiepercentages voor slimme huishoudelijke apparaten verrassend laag. Uit een recent onderzoek van YouGov blijkt dat slechts ongeveer 3% van de Britse huishoudens een slimme koelkast of een soortgelijk apparaat bezit. De aangeboden functionaliteit – muziek afspelen, weerupdates weergeven of zelfs voedselinventarissen scannen – vindt geen weerklank bij de meerderheid van de consumenten.

Dit gaat niet alleen over betaalbaarheid; het gaat om nut. De meeste mensen hebben hun koelkast niet nodig om taken uit te voeren die al effectief worden uitgevoerd door smartphones, stereo’s of een snelle blik uit het raam. De functies zijn vaak overbodig en de werkelijke voordelen blijven onduidelijk.

Gedwongen upgrades: het automobielvoorbeeld

De situatie verandert dramatisch als we kijken naar moderne voertuigen. In tegenstelling tot slimme apparaten hebben consumenten een beperkte keuze in de technologie die in nieuwe auto’s wordt gebundeld. Functies zoals verplichte SOS-systemen (die automatisch de hulpdiensten waarschuwen bij ongevallen) en draadloze software-updates zijn nu standaard.

Hoewel dit laatste als gemak wordt gepresenteerd, wordt het autobezit steeds meer gekoppeld aan doorlopende abonnementsdiensten. Hierdoor verschuift het model van het kopen van een product naar het abonneren op de functionaliteit ervan, waardoor traditionele eigendomsrechten effectief worden uitgehold. Veel consumenten verlangen misschien niet naar deze functies, maar worden gedwongen ze te accepteren als voorwaarde voor het kopen van een nieuwe auto.

De illusie van keuze

Het belangrijkste verschil ligt in de agency. Bij apparaten kunnen consumenten ervoor kiezen om de ‘slimme’ opties volledig te negeren. Energiebedrijven kunnen slimme meters pushen, maar individuen kunnen het gebruik ervan vermijden. Auto’s bieden echter veel minder autonomie.

Dit is geen afwijzing van de technologie zelf; de auteur merkt op dat hij uit vrije keuze verschillende technische producten bezit. Het is eerder een kritiek op gedwongen upgrades en toegevoegde functies zonder echte vraag van de consument. De trend naar overontwikkelde interfaces (te veel schermen, te weinig fysieke knoppen) maakt de bruikbaarheid voor veel bestuurders nog ingewikkelder.

Het probleem is niet de technologie zelf, maar het opleggen van onnodige complexiteit.

De snelle integratie van ‘slimme’ functies in alledaagse voorwerpen is een duidelijk voorbeeld van hoe innovatie niet altijd gelijk staat aan verbetering. Naarmate auto’s en andere apparaten steeds meer met data verbonden worden, blijft de vraag bestaan: zijn deze ontwikkelingen ontworpen in het voordeel van de consument, of in het belang van de innovatie zelf?